Overzicht

Nieuwe wet: rechtsvermoeden bij laag uurtarief 2026 gunstig

Een juridische hamer en zakelijke documenten symboliseren de impact van de nieuwe wet rechtsvermoeden bij laag uurtarief op de zzp-markt.

De Nederlandse arbeidsmarkt staat aan de vooravond van een fundamentele verschuiving. De Tweede Kamer heeft onlangs (april 2026) ingestemd met een cruciaal onderdeel van de nieuwe arbeidswetgeving: de introductie van een rechtsvermoeden bij laag uurtarief. Deze maatregel, die per 1 januari 2027 de standaard wordt, is bedoeld om kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de markt te beschermen. Maar de impact reikt verder; het dwingt de gehele interim-sector tot een herijking van arbeidsrelaties en tariefstellingen. Bij BijOranje zien we dat professionalisering en marktconforme tarieven de enige weg vooruit zijn in dit nieuwe speelveld.

Wat houdt het rechtsvermoeden bij laag uurtarief precies in?

Het kernconcept van de nieuwe wet is de ‘omgekeerde bewijslast’. Wanneer een zelfstandige werkt tegen een tarief dat onder de vastgestelde grens ligt — momenteel vastgesteld op € 38,- per uur (peildatum 2026) — kan deze bij de rechter claimen feitelijk een werknemer te zijn. In dat geval hoeft de werkende niet te bewijzen dat er sprake is van een dienstverband; de opdrachtgever moet bewijzen dat de werkende wél een echte ondernemer is.

Dit rechtsvermoeden bij laag uurtarief is een civielrechtelijk instrument. Dit betekent dat instanties zoals de Belastingdienst er niet direct mee handhaven, maar dat de zzp’er zelf (of een vakbond) de stap naar de rechter moet zetten. Slaagt de claim? Dan heeft de werkende met terugwerkende kracht recht op zaken als loondoorbetaling bij ziekte, vakantiedagen en ontslagbescherming. Dit sluit nauw aan bij de bredere discussies over de VBAR-discussie en wetgeving, waarbij de grens tussen ondernemerschap en loondienst scherper wordt getrokken.

Waarom de indexatie via cao-lonen een gamechanger is

Een cruciaal verschil met eerdere voorstellen is hoe de tariefgrens van het rechtsvermoeden bij laag uurtarief wordt geactualiseerd. Dankzij een recent aangenomen amendement is gekozen voor indexatie op basis van de gemiddelde cao-loonontwikkeling in plaats van het minimumloon. Dit is een strategische keuze om de grens marktconform te houden en los te koppelen van politieke minimumloon-discussies.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat zij niet meer wegkomen met jaarlijkse minimale verhogingen. Het risico op een juridische claim groeit mee met de inflatie. In onze eerdere analyse over de handhaving schijnzelfstandigheid zagen we al dat de druk op contractvormen toeneemt; dit rechtsvermoeden voegt daar een directe financiële dreiging aan toe voor bedrijven die aan de onderkant van de markt inhuren.

De impact op de interim-sector en de publieke sector

Hoewel de wet gericht is op de bescherming van de ‘onderkant’, heeft het rechtsvermoeden bij laag uurtarief een aanzuigende werking op de gehele markt. Professionals die net boven de grens van € 38,- zitten, zullen hun tarieven moeten verhogen om elke schijn van werknemerschap te vermijden. Dit creëert een opwaartse druk in sectoren zoals de zorg, het onderwijs en de lokale overheid.

Bij BijOranje zien we dit vooral terug in de grote vraag naar interim-specialisten in de ICT en juridische sector. In deze vakgebieden liggen de tarieven doorgaans ver boven de kritieke grens, wat rust en duidelijkheid biedt. Wie kiest voor expertise, kiest voor veiligheid tegenover de Belastingdienst zzp controles.

Rechtsvermoeden vs. Fiscale handhaving

Het is een misverstand dat het rechtsvermoeden bij laag uurtarief betekent dat de Belastingdienst direct boetes gaat uitdelen. De fiscus hanteert zijn eigen criteria. Echter, een rechterlijke uitspraak waarbij een arbeidsrelatie wordt vastgesteld, kan wel een domino-effect hebben op de fiscale status. Deze complexiteit benadrukt het belang van een heldere visie op het kernprobleem zzp: de balans tussen vrijheid en sociale bescherming. Met de 2027 Startersaftrek afgeschaft, wordt het voor de ‘echte’ ondernemer met een laag tarief fiscaal ook steeds minder aantrekkelijk om zelfstandig te blijven.

Hoe bereid je je voor op 1 januari 2027?

Of je nu een zzp’er bent of een opdrachtgever, drie stappen zijn nu essentieel:

  1. Tariefanalyse: Inventariseer alle contracten die nabij de € 38,- grens liggen.
  2. Contractuele verduidelijking: Zorg dat de werkwijze overeenkomt met de zzp regels 2026.
  3. Focus op specialisatie: Hoe unieker je expertise, hoe minder relevant deze grens voor jou is.

Veelgestelde Vragen (FAQ)

Wat is de exacte tariefgrens voor het rechtsvermoeden?

De basisgrens is nu vastgesteld op € 38,- per uur. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de cao-loonontwikkeling.

Geldt dit ook voor zzp’ers met een hoog tarief?

Nee, het specifieke rechtsvermoeden bij laag uurtarief geldt alleen onder de grens. Daarboven moet de werkende zelf bewijzen dat er sprake is van een dienstverband.

Wat gebeurt er als de rechter de zzp’er gelijk geeft?

De opdrachtgever moet dan met terugwerkende kracht alle sociale premies, pensioenafdrachten en loon over vakantiedagen betalen, vaak met boetes.

Uw partner in complexe tijden

Bij BijOranje geloven we in de kracht van echte expertise. Wij ondersteunen opdrachtgevers en professionals om succesvol te navigeren door de veranderende wetgeving. Neem contact met ons op voor advies over marktconforme inhuur.